Afzet biologisch pluimveemest

Volgens het biologische basisprincipe van grondgebonden veehouderij wordt alle mest afkomstig uit de biologische veehouderij ingezet in de biologische plantenteelt. Veehouders die niet al hun mest op eigen land kwijt kunnen, mogen deze onder voorwaarden afzetten op andermans biologische grond. Door de ongunstige gehalten van een groot deel van de pluimveemest, is deze echter niet makkelijk te gebruiken in de biologische akkerbouw. In dit dossier staan enkele mogelijkheden en ervaring op een rij.

Als akkerbouwers pluimveemest willen inzetten, lopen ze tegen verschillende problemen aan. Om diverse redenen is het voor hen moeilijk in te schatten hoeveel mest zij nodig hebben en hoe ze vervolgens aan de benodigde hoeveelheid stikstof komen:
• De hoge fosfaatgehalten maken de mest niet erg gewild in de
   plantenteelt. Bij een hoog fosfaatgehalte in de mest kan onvoldoende
   stikstof worden bemest uit dierlijke mest.
• 
Bovendien vervluchtigt de stikstof na verloop van tijd uit de mest.
   Door deze verliezen worden de verhoudingen nog ongunstiger.
De variatie tussen de uitslagen van mestmonsters kan groot zijn,
   indien de mest niet goed is gehomogeniseerd.


Door bewerking of mengen van mest verandert de kwaliteit en samenstelling. Mogelijkheden tot verbeterde kwaliteit
en inzetbaarheid van pluimveemest zijn:

mestopslag
  • Droog de mest op de band in de stal, of draai elke twee tot drie dagen de mest uit de stal en droog die snel tot 80 procent droge stof. Met een dergelijk percentage droge stof gaat de mest niet meer broeien, gaat er minder stikstof verloren en verkrijg je een voor plantentelers gunstigere verhouding tussen stikstof en fosfaat.
  • Meng verschillende soorten mest. Door mengen wordt een bredere inzet mogelijk; het voorkomt teveel fosfaat per ha op perceelniveau.
  • Pelleteer de mest na drogen, waardoor deze gebruikt kan worden voor precisiebemesting.
  • Investeer in een goede opslag van mest voor een betere timing van de levering.
Aanpassing voer vergemakkelijkt toepassing
Om mest aantrekkelijker te maken voor bijvoorbeeld de akkerbouw is het belangrijk dat de mestkwaliteit en daarbij met name de verhouding tussen stikstof en fosfaat verbetert. In 2009 en 2010 zijn pilots uitgevoerd om het effect van aanpassingen in het kippenvoer op de mestkwaliteit te onderzoeken. De toevoeging van een natuurlijk fytaseproduct lijkt effectief. Voor meer informatie kunt u het bioKennis bericht “Aanpassing voer vergemakkelijkt de toepassing van pluimveemest” raadplegen.

 

 Kernpublicaties
Pluimveemest in de biologische kringloop: mogelijkheden en ervaringen (bioKennis bericht)
Aanpassing voer vergemakkelijkt de toepassing van pluimveemest (bioKennis bericht)
Skal, aanscherping mestregels (toelichting Skal)
Kringlopen sluiten (artikel Ekoland)
Bodemacademie
  
 Meer publicaties
Intersectorale samenwerking in de biologische landbouw (rapport LBI)
De knelpunten op een rij: intersectorale samenwerking (onderzoeksbericht Wageningen UR)
Handboek koppelbedrijven: samen werken aan een zelfstandige, regionale, biologische landbouw (rapport LBI)
Intersectorale samenwerking in de biologische landbouw: knelpunteninventarisatie (rapport LBI)
Meer publicaties in de bioKennis Mediatheek

Trefwoorden: pluimveemest, pluimvee, mest, kringloop, intersectoraal

 Nieuwsberichten
04-11-2010 Aanpassing voer vergemakkelijkt toepassing van pluimveemest
05-07-2010 Nieuwe mestregels vraagt eigen verantwoordelijkheid veehouder
30-06-2010 Aanscherping mestregels vraagt om aanpassingen
14-05-2009 Pluimveemest in de biologische kringloop
06-06-2007 Overschot biologische kippenmest verbranden?

 Lopende projecten
  Kippenmest en kringloop
 
 Contactinformatie
Udo Prins, Louis Bolk Instituut
Sjef Staps, Louis Bolk Instituut
Wytze Nauta, Louis Bolk Instituut