Een betere smaak voor biologische tafelaardappelen
Smaak is belangrijk voor de verkoop van aardappelen. Om de smaak van biologische aardappelen beter te borgen, kunnen telers en ketenpartijen enkele eenvoudige maatregelen nemen. Aardappelen moeten goed uitgegroeid zijn en voldoende onderwatergewicht hebben. Ook de raskeuze is belangrijk; slechter smakende rassen moeten gemeden worden. Telen op klei geeft gemiddeld een grotere kans op een betere smaak, maar in sommige jaren worden zandaardappelen juist beter gewaardeerd. Bewaring tot februari bij 6 ˚C doet gemiddeld geen afbreuk aan de smaak.
Achtergrond
In de biologische aardappelteelt wordt vaak verondersteld dat de smaak en productkwaliteit vanzelfsprekend goed zijn. Dit wordt echter niet altijd waargemaakt. De variatie in smaak en andere inwendige kwaliteitsaspecten is groot. De teler besteedt hier doorgaans helaas te weinig aandacht aan. De variatie in inwendige kwaliteit heeft een negatief effect op de winkelverkopen. Eén slechte ervaring kan een consument definitief doen afhaken. Er is veel kennis over de invloed van verschillende (teelt)maatregelen op kwaliteit. Deze kennis is echter fragmentarisch, varieert per ras en is onvoldoende vertaald naar bruikbare concepten en strategieën. In 2007 is vanuit de Bioconnect Innovatiegroep Productkwaliteit een project gestart. Ontwikkeling van nieuwe kennis en synthese van bestaande kennis tot toepasbare teelt- en ketenstrategieën moeten leiden tot een hogere productkwaliteit. De betrokkenheid van toeleveranciers en vervolgketen is verhoogd door ze nauw bij de teelt en smaakbeoordelingen te betrekken. Voor de handel is het belangrijk dat een biologisch aardappelpartij niet alleen smaakvol is, maar ook betrouwbaar qua smaakeigenschappen. Deze betrouwbaarheid moet liefst los staan van de betreffende grondsoort, het teeltjaar en het al dan niet bewaren van het product.
|
Maatregelen voor een goede smaak en hoge inwendige aardappelkwaliteit
- Zorg voor een voldoende lang groeiseizoen; tijdig voorkiemen en poten vervroegen de teelt.
- Streef naar een onderwatergewicht hoger dan 300 gram.
- Maak een bewuste raskeuze die past bij uw grondsoort en aansluit bij de afzetmarkt.
- Toets het smaakniveau en de inwendige kwaliteit na oogst en vóór aflevering.
|
 |
Met bovenstaande maatregelen is de kans kleiner dat slecht smakende aardappelpartijen in de winkel terechtkomen. Er wordt echter weinig gedaan om te voorkomen dat slecht ogende partijen in het schap terecht komen. Daarom is aanvullend een marktconcept ontwikkeld voor het kwaliteitslabel ‘De aardappel met Smaak’.
| Trefwoorden: smaak, biologische aardappel, productkwaliteit, aardappelkwaliteit, teeltstrategie, ketenstrategie |
|
|
| Lopende projecten |
Er zijn geen lopende projecten |
|
|