Mineralen en spoorelementen
Alle mineralen, spoorelementen en vitaminen zijn belangrijk voor het goed functioneren van de koe. Hoe beter mineralen en spoorelementen in balans zijn in het rantsoen, hoe beter de benutting door het vee zal zijn. Er is echter een aantal elementen dat direct van belang is voor de vruchtbaarheid. In dit dossier komen die elementen aan de orde. Wat is bijvoorbeeld de kans dat er onvoldoende (of teveel) in het rantsoen aanwezig is en hoe kunnen problemen opgelost worden.
Extra hoge gehalten van een specifiek element verstoren in veel gevallen de efficiëntie van de benutting van andere elementen. Van sommige elementen kan de koe een voorraad aanleggen (bijvoorbeeld in de lever of in de botten). Ze kan daaruit putten in tijden van tekorten in het rantsoen. Andere elementen moeten regelmatig beschikbaar zijn in het rantsoen anders gaat het al heel snel mis.
Mineralen en spoorelementen, waarom ?
Mineralen en spoorelementen zijn nodig voor een goede weerstand, gezondheid, groei en productie van melkvee. Alleen ruwvoer levert vaak onvoldoende mineralen. Door de overwegend ruwvoerrijke rantsoenen moeten biologische bedrijven dus extra aandacht besteden aan de mineralenvoorziening. Vooral koper, kobalt en selenium vragen extra aandacht. |
 |
Verschijnselen bij tekorten en kans op tekorten bij ruwvoerrantsoen
| Element |
Verschijnsel bij tekort |
Kans
| |
| Koper (Cu) |
Doffe haarkleur met ruig haar, depigmentering (koperbril), minder ontwikkeling, slechte conditie, verdikte kogels, diarree. |
groot |
| Selenium (Se) |
Verminderde weerstand, aan nageboorte blijven staan, cysteuze eierstokken |
groot |
| Zink (Zn) |
Verminderde groei en perkamentachtige huid, kale plekken, gevoeliger voor stinkpoot. |
klein |
| Mangaan (Mn) |
Meer stiertjes dan vaarsjes geboren. |
nihil |
| IJzer (Fe) |
Bloedarmoede en negatieve invloed op koper voorziening. |
klein |
| Kobalt (Co) |
Slecht vreten, minder groei, ontwikkeling en productie, lusteloosheid, likzucht, dof en ruig haar met gelige tint (bij roodbonte dieren). Minder weerstand. |
klein |
| Jodium (I) |
Verminderde ontwikkeling, zwakke of doorgeboren (haarloze) kalveren en verminderde melkproductie. |
klein |
| Nikkel (Sn) |
Als bij zinktekort: verminderde groei en perkamentachtige huid, kale plekken, gevoeliger voor stinkpoot. |
nihil |
| Molybdeen (Mo) |
Een hoger inseminatiegetal, meer verwerpers en doodgeboorten. |
nihil |
| Vitamine A/ß-caroteen |
Verminderde voeropname, ruige vacht, trage groei, verminderd zicht (nachtblindheid), beschadigingen aan vliezen en huid, een verstoorde botgroei en verhoogde gevoeligheid voor infecties. |
klein |
| Vitamine E |
Aantasting van het afweermechanisme (aan de nageboorte blijven staan, mastitis). |
klein |
| Links |
Voor biologische koeien- (en geiten) houders is op de website van het productschap voor diervoeders een programma beschikbaar om te berekenen in hoeverre de behoefte aan mineralen van het vee gedekt wordt door het aanbod aan mineralen in het rantsoen. U kunt inloggen met uw eigen SKAL nummer en het wachtwoord is een eerder toegezonden inlogcode |