Overgang lactatie, droogstand en opstart in de geitenhouderij

Geiten zijn toppers in het produceren van melk als we ze goed in de teugels hebben. Lammeren produceren, is vaak een moeilijke opdracht die er tussendoor komt om ze weer terug aan de melk te krijgen en nieuwe aanwas te hebben. In dit dossier leest u wat vaak misgaat aan het einde van de lactatie, bij de droogstand en bij de opstart en hoe deze problemen mogelijk te voorkomen zijn. 
 

Aandachtspunten:
Voorkomen van luxe of sobere slepende melkziekte.
• Keuzes met betrekking tot droogstand: geen droogstand, maar doormelken betekent
   slepende
melkziekte vermijden, maar betekent ook geen biest en geen lactatiepiek.
• In het begin van de droogstand is het volledig opdrogen van de uier belangrijk om
  
rust te krijgen, zodat na het lammeren de productiepiek goed gehaald kan worden.
• Start de dieren drie à vier weken voor het lammeren weer op. Extra darm
   verteerbaar zetmeel in het rantsoen is in deze fase opportuun.

Tips om geiten bij te sturen:

  • Geiten die mager zijn tijdens de droogstand hebben behoefte aan extra energie. Vermageren mag niet; maïsmeel, CCM, MKS of hele maïskorrels verhogen in het rantsoen kan een oplossing zijn.
  • Na het aflammeren moet de melkproductie starten. Extra eiwit is gewenst. Het is goed om vanuit de rantsoenberekening te komen tot rantsoenopbouw.
  • Het ureumgehalte in de melk wordt een maat om met eiwit te sturen. Bij een ureumgehalte lager dan 30 laat je vaak melk liggen, bij een ureumgehalte hoger dan 40 gaat er eiwit verloren en kan de eiwitovermaat de gezondheid van de geiten negatief beïnvloeden.
  • Voor hoogproductieve dieren is het vaak zoeken naar eiwitbronnen met relatief veel DVE ten opzichte van OEB, zeker bij veel onbestendig eiwit in de grasklaver. Sojaschilfers scoren hier beter dan zonnebloem- of koolzaadschilfers.
  • Vezelige mest vraagt vaak snellere energie. Snel zetmeel en suikers kunnen soelaas brengen, maar geven vaak aanleiding tot een lagere pens-pH met een risico op pensverzuring. Het vetgehalte glijdt weg en diarree steekt dan de kop op. Deze grens opzoeken, levert vaak extra melk, maar geeft ook risico’s.
  • Voeren met pectines die snelle energie geven, is minder gevaarlijk en even doeltreffend om de penswerking te optimaliseren.
  • Zeker als de dieren in de tweede helft van de lactatie aan zichzelf beginnen te denken, wordt de keuze van energiebron belangrijk. Zetmeel en zeker darmverteerbaar zetmeel verhoogt het insulinegehalte in het bloed en kan aanzetten tot vervetting.
  • Herkauwen moet, maar kan ook teveel worden. 60% van de dieren herkauwt in rust en ze herkauwen zestig maal per herkauwbolus.
  • Als we het vetgehalte zien wegglijden na enkele weken lactatie dan is dit enigszins normaal, maar het kan ook door zure omstandigheden in de pens komen. Extra structuur of natriumbicarbonaat als zoutbron kunnen soelaas brengen, zeker als het lage vetgehalte ook gepaard gaat met slappe mest.

Lees voor praktijkervaringen het onderstaande bioKennis bericht ‘Aflammeren voor topsporters’.
 

 Kernpublicaties
 Aflammeren voor topsporters (bioKennis bericht)
 Hoe 100% biologisch voeren? Rantsoenen op een rij van zes melkgeitenbedrijven met 100% biologisch voer (rapport LBI)
                 
 Meer publicaties
 Lammeren bij de geit: een inventarisatie van de mogelijkheden (rapport LBI)
 Fasevoederproef bij melkvee: meer zetmeel in rantsoen bij begin lactatie voor betere energievoorziening (artikel Ekoland)
 Scorekaart voor gezondheid bij geiten (uitgave LBI)
 Meer publicaties in de bioKennis Mediatheek
 
Trefwoorden: lammeren, lactatie, droogstand, opstart, darmverteerbaar, melkziekte, doormelken
 
 Dossier nieuwsberichten
 13-12-2007  Scorekaart geeft snel inzicht in gezondheid geiten

 Lopende projecten
  Biogeit, diervoeding en gezondheid

 Contactinformatie

Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut