Vaste rijpaden in de akkerbouw
Diverse akkerbouwers zijn overgestapt naar een teeltsysteem waarbij slechts een beperkt deel van de oppervlakte wordt bereden. Door de ontwikkeling van navigatiesystemen is het mogelijk om gebruik te maken van vaste rijpaden. Als u zich afvraagt of rijpadenteelt aantrekkelijk is voor uw bedrijf dan helpt dit Biokennisbericht u om een afweging te maken. Verder vindt u aandachtspunten bij introductie en uitvoering van rijpadenteelt.
|
Wat is rijpadenteelt? Rijpadenteelt is erop gericht om een zo klein mogelijke oppervlakte te berijden. Hiervoor gebruikt men vaste ‘rijpaden’ waarbij steeds over dezelfde (smalle) sporen wordt gereden. Het doel van rijpaden-teelt is om de bodemstructuur te sparen, zodat de condities voor het gewas zo optimaal mogelijk zijn. Door het niet berijden ontstaat ook een homogeen teeltbed waarin de verschillen in onder andere vlakligging, verkruimeling en waterhuishouding zeer gering zijn. |
 |
Waarom rijpadenteelt?
Uit onderzoek en ervaring blijkt dat rijpadenteelt een positief effect heeft. Bij permanente rijpaden (gewasverzorging, oogst en grondbewerking) kan volgens diverse internationale onderzoeken een meeropbrengst van ruim 10% worden verwacht. In een onderzoek bij seizoensgebonden rijpaden in biologische landbouw (oogst en grondbewerking niet op rijpaden) zijn ook diverse voordelen aangetoond. Er is meer mineralisatie, minder emissie van klimaatgas, betere waterhuishouding, minder onkruid in biologische systemen en de bodem is eerder bewerkbaar. Voor sommige gewassen is een meeropbrengst vastgesteld. Rijpaden hebben voordelen die zeker voor de biologische teelt zwaar meetellen. Zo is het over het algemeen wat eenvoudiger om de grond goed vlak te krijgen en is mechanische onkruidbestrijding mede daardoor beter af te stellen. Het zaaibed dat ontstaat is vaak wat homogener waardoor nauwkeuriger zaaien mogelijk is met een homogenere opkomst als gevolg.
In de praktijk
Werken met rijpadensysteem betekent dat teeltsystemen worden gestandaardiseerd (spoorbreedtes, zaai-, plant- of pootafstanden, werkbreedtes). Rijpaden moeten jaar in jaar uit zoveel mogelijk op dezelfde plaats liggen. Werken met rijpadensysteem betekent dat teeltsystemen worden gestandaardiseerd (spoorbreedtes, zaai-, plant- of pootafstanden, werkbreedtes).
Voor het goed kunnen uitvoeren van rijpadenteelt is automatische besturing met RTK GPS eigenlijk een vereiste. Alleen dit systeem garandeert een minimale precisie en zorgt er ook voor dat rijpaden jaar in jaar uit op dezelfde plek gelegd kunnen worden.
De overstap naar rijpaden vraagt meerdere aanpassingen aan het machinepark. Kiezen voor rijpaden betekent ook kiezen voor één of meer standaard werkbreedtes. Grondbewerking moet breed genoeg zijn en over de rijsporen vallen. Elementen en wielen van bijvoorbeeld zaai- en plantmachines worden vaker herverdeeld. Vaak is aanschaf van eigen werktuigen nodig omdat systemen van loonwerkers niet meer in het gekozen rijpadensysteem vallen.

| Wetgeving |
| Een landbouwvoertuig mag volgens de wet maximaal 3,5 m breed zijn. Wel moet een ontheffing worden aangevraagd voor voertuigen en werktuigen breder dan 3 m bij de wegbeheerder (bijvoorbeeld bij een provincie of een gemeente). |