Verenpikken voorkomen bij opfokhennen
Bij verenpikken geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Het kernwoord daarbij is ‘bezighouden’. Zodra kuikens tijdens de opfok met verenpikken beginnen, kan het ze bijna niet meer worden afgeleerd. Om verenpikken te voorkomen, is het belangrijk om het basismanagement 100% in orde te hebben. Daarnaast is het aan te bevelen hennen, afgestemd op de dagindeling en het voeren, zoveel mogelijk afleiding aan te bieden.
Natuurlijk pikgedrag
Eén van de grootste verschillen tussen kuikens die op natuurlijke wijze opgroeien en kuikens die op bedrijfsmatige wijze worden gehouden, is het ontbreken van ‘het goede voorbeeld’ bij de laatste groep. In de eerste weken van hun leven leren kuikens wat eetbaar is en wat niet. In de natuur geeft de moederkip door haar gedrag aan wat er gegeten moet worden. Daarnaast pikken pasgeboren kuikens ‘van nature’ naar alles, waardoor ze uiteindelijk ook zelf ontdekken wat ze het beste kunnen eten. Voeg bij dit pikgedrag een omgeving die voornamelijk bestaat uit soortgenoten, en je realiseert je dat het bijna onvermijdelijk is dat de dieren vroeg of laat beginnen te pikken naar hun collega-kuikens. Met een bezetting van 24 kuikens per vierkante meter tot 6 weken (de huidige Skal-norm), is het aanbieden van afleidingsmateriaal om op te pikken de belangrijkste maatregel in het tegengaan van verenpikken.
|
De basis moet kloppen Maatregelen hebben weinig zin als het basismanagement niet op orde is. Bij aankomst van de kuikens moet de stal 100% in orde zijn qua temperatuur, ventilatie en voer- en waterverstrekking. Ook de inrichting moet kloppen en goed gecontroleerd zijn om verrassingen te voorkomen. Daarnaast is het belangrijk om vroegtijdig te anticiperen op het gedrag van een nieuw koppel kuikens en welke knelpunten er worden verwacht. Verder is een goede dagelijkse routine een belangrijke peiler voor een succesvol koppel. Bovendien geeft de voorgeschiedenis van een koppel veel informatie. Daarom is afstemming met de broederij erg belangrijk. |
 |