Benutting van biologisch rantsoen niet per definitie slechter

Sector:
Zuivel-rundveevlees
10-12-2009 Een goede vertering van het ruwvoer hangt af van de eigenschappen van het ruwvoer en van het micromilieu in de pens. Van een biologisch rantsoen werden waarnemingen aan het ruwvoer en metingen in de pens verricht. De gegevens werden doorgerekend met een computermodel. Beide factoren hebben grote invloed op de benutting van het rantsoen voor de koe.

Een goede vertering begint met een goede fermentatie van ruwvoer in de pens. De pens is de plaats waar het grootste deel van de vertering van celwanden plaatsvindt, en dus cruciaal voor een goede rantsoenbenutting. De fermentatie in de pens verloopt echter niet altijd optimaal. De afbraak van celwanden is sterk afhankelijk van de juiste zuurgraad (pH). Daarnaast zijn samenstelling en verteringskenmerken van het ruwvoer van groot belang: zij bepalen hoe gemakkelijk voer kan worden afgebroken. Visuele beoordeling van de mest geeft een indruk van de vertering van het rantsoen, De mest van een goed verteerd rantsoen bevat geen of weinig grove voerdeeltjes.

Pensfermentatiemodel
De afbraakgegevens van het voer en de pH-waarden zijn als invoer gebruikt voor een computermodel. Dit pensfermentatiemodel werd ontwikkeld door onderzoekers van Wageningen Universiteit en Wageningen UR Livestock Research. Het model maakt een schatting van de nutriënten die beschikbaar komen onder gegeven omstandigheden.

Rantsoenoptimalisatie
Uit de berekeningen bleek dat de vertering van het rantsoen niet optimaal was, zowel door een matige afbreekbaarheid van de ruwvoeders als door een vrij lage pH-waarde in de pens. Op basis van dit eenmalige onderzoek kan nog niet worden geconcludeerd dat de vertering van een rantsoen met biologisch geteelde voeders slechter is. Daar is meer onderzoek voor nodig. Wel bleek ook uit eerder onderzoek met rantsoenen van proefbedrijf De Marke – waar de teelt van ruwvoer eveneens bij een laag bemestingsniveau plaatsvindt – dat de combinatie van een lage pH en een lage afbraaksnelheid een relatief lage voerbenutting veroorzaken. De rantsoenen van De Marke bevatten wel meer zetmeel, waardoor sneller een relatief lage pH ontstaat. Van rantsoenen met gangbaar geteelde voeders zijn soortgelijke gegevens helaas niet beschikbaar. Die gegevens zouden een waardevolle aanvulling zijn, zodat een vergelijking kan worden gemaakt tussen verschillende rantsoenen en er verder gewerkt kan worden aan rantsoenoptimalisatie.

Contact informatie: Arie Klop, Wageningen UR Livestock Research