Beter ruwvoer, minder krachtvoer
- Sector:
-
Zuivel-rundveevlees
8-6-2010
Melkkoeien kunnen ook op rantsoenen met weinig krachtvoer gezond blijven. Voorwaarde is dat er volop kwalitatief goed ruwvoer beschikbaar is. De melkproductie per koe gaat wel iets omlaag, maar de voerkosten vaak nog meer. Ook gezondheid en vruchtbaarheid van de koeien hoeven niet te lijden onder een rantsoen van hoofdzakelijk goed ruwvoer. Dat staat in bioKennisbericht # 16, Zuivel en Rundveevlees, van mei 2010.
Efficiëntere productie
Binnen het onderzoeksproject Voeding Biologisch Melkvee is de laatste jaren op meerdere manieren geprobeerd onder biologische omstandigheden de voeding van melkkoeien te optimaliseren. Daarbij was het steeds van belang dat diergezondheid en welzijn op een goed niveau blijven. De melkproductie mag dalen als de voerkosten ook naar beneden gaan, en de productie dus efficiënter wordt. Rantsoenen met weinig krachtvoer maar volop goed ruwvoer voldoen hieraan.
Ruwvoerkwaliteit kan vaak beter
Uit het onderzoek is wel gebleken dat de winning van kwalitatief goede grassilage meer aandacht zou mogen hebben. Ruim 50% van de partijen had een VEM-waarde beneden de 800. Veel kuilen in de praktijk waren droog (> 50% ds) en daardoor broeigevoelig of hadden soms een hoge ammoniakfractie (verlies eiwit).
Krachtvoer relatief duur
Biologische melkveehouders voeren om verschillende redenen weinig krachtvoer in vergelijking met gangbare melkveehouders. Zo is biologisch krachtvoer relatief duur ten opzichte van de opbrengstprijs van melk. En sommige bedrijven zijn zó extensief dat ze een overschot aan ruwvoer hebben. Om koeien meer ruwvoer te laten vreten, wordt de krachtvoergift dan beperkt of telen deze bedrijven hun eigen krachtvoer in de vorm van granen. Enerzijds om hun land goed te kunnen benutten, maar ook vanwege ideële motieven zoals het streven naar een gesloten kringloop op het eigen bedrijf of binnen de regio door afspraken met andere biologische boeren te maken. Soms beperkt men de krachtvoergift ook om de dierlijke productie niet te laten concurreren met de productie van bijvoorbeeld granen die direct geschikt zijn voor menselijke productie.
Contact informatie:
Herman van Schooten, Wageningen UR Livestock Research