Een deel van de geschikte grondstoffen voor biologisch visvoer is beperkt beschikbaar of nog van onvoldoende kwaliteit, zo blijkt uit onderzoek van IMARES, onderdeel van Wageningen UR (University & Research centre). Daardoor zal het moeilijk zijn biologisch visvoer specifiek voor kweek in recirculatiesystemen te optimaliseren. Toevoeging van bijvoorbeeld. vitamines en mineralen is vaak alleen toegestaan als deze afkomstig zijn van een biologische bron.
IMARES heeft onderzocht welke biologisch geproduceerde ingrediënten goed gebruikt kunnen worden voor de teelt van vis in recirculatiesystemen. Sojameel, tarwemeel en gluten zijn veelbelovende ingrediënten voor biologisch visvoer, blijkt uit de studie. Echter, door competitie met de markt voor onder andere menselijke consumptie zou het prijsverschil van die ingrediënten wel eens erg hoog kunnen uitvallen. Het is onduidelijk of deze investering terugverdiend kan worden. De kosten voor visvoer bedragen ongeveer 50% van de totale productiekosten.
Voor vismeel en visolie geldt eveneens dat de biologische variant veel duurder is dan de niet-biologische. De ingrediënten moeten voor minstens de helft uit bijvangst en restafval van de duurzame visserij gewonnen worden. Dat restafval is schaars en bij overschakeling naar 100% biologisch bovendien vaak van onvoldoende kwaliteit, stellen de onderzoekers. Naast goed beheer van visstanden zouden ook zaken als milieubelasting en energieverbruik meegerekend kunnen worden, stellen zij voor. Op die vlakken scoort de reguliere kweek vaak goed.
Kweekvis voeren met andere dierlijke producten, zoals dierlijk meel afkomstig uit de biologische veehouderij, is discutabel. Het bevat weliswaar een bron van eiwitten, is biologisch en nog betaalbaar ook, maar biologische consumenten stellen de indirecte consumptie van boerderijdieren via de vis niet altijd op prijs, aldus het rapport.