Handreikingen voor een robuustere aardappelketen

Sector:
Akkerbouw en groente
22-2-2010

De afgelopen twee jaar is gezocht naar mogelijkheden om de biologische aardappelketen robuuster te maken. Denk aan consumenten- en smaakonderzoek, veredeling en teeltaspecten gericht op verbetering van de biologische aardappelteelt. bioKennisbericht 28 geeft een overzicht van de eerste uitkomsten van dit onderzoek onder de paraplu van Bioimpuls, de koepel voor onderzoek in de biologische aardappelketen.

Markt
De biologische aardappel heeft nog een imagoprobleem; te duur en meer gekocht door cullinair geïnteresseerde consumenten dan door de doorsnee consument. Smaak en gezond (onbespoten) mag met meer emotie worden benadrukt op de verpakking volgens ondervraagde aardappelkopers. Opvallend vaak kopen zij biologische aardappelen bij de boer of op de markt.

Veredeling en teelt
In een vierjarig aardappelveredelingsprogramma wordt gezocht naar geschikte rassen voor de biologische teelt; resistent tegen Phytophthora, schurft en Rhizoctonia, N- efficiënt en met goede smaak en schil. Veelbelovende rassen van zes kweekbedrijven worden onder begeleiding van twee veredelingsassistenten in de praktijk uitgetest bij acht boerenkwekers.
Wat blijkt? Latere rassen blijken meer stikstofefficiënt dan vroeger rassen, maar er zijn bij vroege rassen ook positieve uitzonderingen. Vroege rassen zijn juist voor biologische telers interessant in verband met Phytophthora. Er is ook onderzocht hoe je minder vroege rassen kan vervroegen, of er rasverschillen zijn in gevoeligheid voor ritnaalden en wat het effect is van het niet-keren van de grond.
Bij vergelijking van twee stikstofgiften (standaard en laag) bleek het ras Agria de hoogste opbrengst te geven en het beste te smaken. Het ras Mabel was een goede tweede. De verlaagde N-gift gaf soms een betere smaakwaardering dan de standaard gift.

Phytphthora
Phythophthora blijft een hardnekkig probleem in de biologische aardappelteelt. Zelfs dagelijkse belichting van het gewas door een nieuwe UV-C belichter biedt geen soelaas. Wellicht kan de rugbrander een aanvulling vormen om problemen met Phytothora in aardappelen te beheersen. Deze brander, vooral gebruikt voor onkruidbestrijding, is door telers ingezet om het onderste blad weg te branden; het gewas blijft meer open en de ziekte krijgt minder kans. Door het branden bleek er in de zijkant van de aardappelrug de helft minder vitale sporen over te blijven. Aanvullend onderzoek wees uit dat de Phytophthorasporen op het blad significant minder kiemden.

Klik hier voor het volledige bioKennisbericht nr. 28 Akkerbouw en Vollegrondsgroente van januari 2010.

Contact informatie: Marian Blom, Biologica