Helft varkensbedrijven kampt met staartbijten

Sector:
Varkensvlees
15-3-2010

Op bijna de helft van alle gangbare en biologische varkensbedrijven komt staartbijten bij gespeende biggen of vleesvarkens voor. Dit percentage ligt op fokbedrijven zelfs nog hoger. Staartbijten is daarmee het belangrijkste welzijnsprobleem in de varkenshouderij. Dit blijkt uit resultaten van een telefonische enquête die deel uitmaakt van het LNV-onderzoeksproject ‘Verantwoord omgaan met varkensstaarten’. Dit meldt het vakblad V-Focus.

De enquête is gehouden onder 464 gangbare varkenshouders, 33 biologische varkenshouders en 23 fokkers. Op gangbare bedrijven worden de staarten van biggen op jonge leeftijd kort gecoupeerd, maar desondanks hebben veel bedrijven last van staartbijten. Het grootste deel van de varkenshouders geeft aan dat dit bij 1 tot 5 procent van de dieren voorkomt. Hetzelfde geldt voor biologische bedrijven, ondanks het niet mogen couperen van staarten, meer ruimte, buitenuitloop en strogebruik. Fokkers couperen de staarten van fokgelten echter vaak tot ongeveer de helft (in plaats van helemaal). Bovendien beperken ze de gelten soms wat in hun voeropname. Dit kan een verklaring zijn voor het hoger percentage staartbijten op fokbedrijven. Dieren met beschadigde staarten kunnen vaak niet meer als fokgelt worden verkocht en brengen veel minder op.

Vele factoren kunnen het ontstaan van staartbijten beïnvloeden, bijvoorbeeld: het ontbreken van effectief afleidingsmateriaal, beperkte ruimte, een minder goed klimaat en een suboptimale gezondheid. Het ontstaan van staartbijten is dan ook moeilijk voorspelbaar en als dit optreedt zijn de economische gevolgen voor de varkenshouder groot: extra arbeid, minder groei en verlaagde opbrengst. Dit is de reden dat veel varkenshouders terughoudend zijn om de varkensstaart in zijn geheel eraan te laten zitten.

Klik hier voor V-focus artikel ‘Helft varkensbedrijven kampt met staartbijten’.

Contact informatie: Johan Zonderland, Wageningen UR Livestock Research