Leverbotinfectie op gering niveau

Sector:
Geit en schaap
29-11-2009 De werkgroep Leverbotprognose verwacht een lichte leverbotinfectie1 door het gunstige droge herfstweer. De werkgroep adviseert veehouders om schapen en rundvee alleen na onderzoek te behandelen tegen een leverbotbesmetting. Let bij de behandeling op het gewicht van de dieren voor het bepalen van de juiste dosering.

Door relatief droge herfst lage besmetting
De maanden september en oktober zijn respectievelijk droog en normaal geweest ten opzichte van het langjarig gemiddelde. Door de droge septembermaand en de hoeveelheid neerslag van oktober die regelmatig was verspreid over de gehele maand, stond er in deze periode geen water in de greppels. Voor het afzetten van de infectie door de slak is een combinatie van een nat milieu en een voldoende hoge temperatuur noodzakelijk. Deze situatie is in de afgelopen maanden zelden voorgekomen en daardoor is er hooguit een lichte infectie door de slak afgezet. Maar in gebieden met een hoge waterstand (vochtig/nat milieu) blijft een leverbotinfectie altijd mogelijk. 

Alleen behandelen na onderzoek
In het algemeen blijft de Werkgroep Leverbotprognose bij haar advies om schapen alleen na onderzoek te behandelen. Bij voorkeur de schapen verweiden naar goed ontwaterde percelen.

Voor rundvee is het van belang om eerst onderzoek te laten doen naar de ernst van de besmetting.

Wanneer uit onderzoek blijkt dat runderen moeten worden behandeld, moet dat bij melkgevende dieren gebeuren tijdens het hele jaar aan het begin van de droogstand.
Bij twijfel is het zinvol om bij de Gezondheidsdienst voor Dieren bloedonderzoek te laten verrichten. Per diersoort (bij voorkeur dieren na hun eerste weideseizoen) zijn voor een goed onderzoek vijf monsters per leeftijdcategorie nodig.

Voorkom resistentie
In verband met het voorkómen van resistentie is het bij het behandelen van zowel schapen als rundvee van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, zodat de juiste dosis van het geneesmiddel wordt toegediend.
Ter controle op het effect van een behandeling wordt geadviseerd om drie weken na de behandeling mestonderzoek te laten doen. Hiervoor is een mengmonster van 5 – 10 dieren per leeftijdscategorie nodig (gepoold mestonderzoek).
 

1 De leverbotinfectie, die voornamelijk voorkomt bij runderen, schapen en geiten, wordt veroorzaakt door een platworm die zich in de lever bevindt. In de levenscyclus van de leverbot fungeert de slak als tussengastheer die voornamelijk leeft in het greppelmilieu. Leverboteieren komen met de mest op het land. Het larfje dat uit het leverbotei komt besmet de leverbotslak die na ontwikkeling staartlarven loslaat welke zich op het gewas vastzetten als infectieuze cysten. Bij ernstige leverbotinfecties kan dat bij schapen en geiten de dood tot gevolg hebben, terwijl bij runderen verminderde melkgift en slechtere groei optreedt. Behandeling van een leverbotinfectie bij schapen, geiten, kalveren en pinken is mogelijk met bestaande leverbotmiddelen. Deze leverbotmiddelen kunnen niet worden gebruikt bij dieren die melk geven voor humane consumptie.

Contact informatie: C.P.H. Gaasenbeek, CVI Wageningen UR