Het streven van de overheid is een groei van het biologische areaal van 5% per jaar; van 47.000 ha in 2007 naar 57.000 ha in 2011. Inmiddels is halverwege deze periode de helft van de gewenste areaaluitbreiding gerealiseerd en een verdere toename ligt in het verschiet, door de (sterke) stijging van de consumptie van biologische producten in 2009.
Meer dan de helft van de ongeveer 1.400 biologische bedrijven heeft een gemengd karakter met zowel gewassen als dieren. Slechts op ruim 1% van de biologische bedrijven wordt alleen vee gehouden. Ongeveer 70% van de biologische grond is grasland. Gelderland kent met ruim 20% van het aantal de meeste biologische bedrijven blijkt uit gegevens van Biologica uit 2010.
Binnen de EU is Nederland op het gebied van de biologische landbouw zeker geen koploper. Met ongeveer 2,5% van de landbouwgrond in biologisch gebruik, staat Nederland in de EU-27 op de twintigste plaats, nog net voor België, Frankrijk en Polen, maar op grote achterstand van koploper Oostenrijk met bijna 16% biologisch areaal in 2007 publiceerde Eurostat in 2010.
De oppervlakte biologisch in Nederland groeit de komende jaren bovendien minder hard dan in andere landen. Nederland staat zelfs als laatste op de ranglijst van het aandeel in overgang van gangbaar naar biologisch. Koplopers op deze lijst zijn de jongste lidstaten, Bulgarije en Roemenië. (Bron: Landbouw Economisch Bericht, juni 2010)
Biologische land- en tuinbouw, 1999-2009
| Aantal gecertificeerde bedrijven |
936 |
1.202 |
1.434 |
1.377 |
1.372 |
1.395 |
1.413 |
| Areaal gecertificeerd (1.000 ha) |
27,0 |
38,0 |
41,9 |
48,8 |
47,0 |
50,4 |
51,9 |
| Aandeel in areaal cultuurgrond (%) |
1,1 |
2,0 |
2,2 |
2,5 |
2,5 |
2,6 |
2,7 |
Bron: Stichting SKAL, bewerking LEI.