Management bepaalt succes groepshuisvesting zeugen
- Sector:
-
Varkensvlees
5-4-2010
Varkenshouders kunnen met elk groepshuisvestingssysteem voor zeugen tijdens de vroege dracht goede reproductieresultaten en een goed dierenwelzijn bereiken. Bij elk systeem van groepshuisvesting zijn er bedrijven met zeer goede en bedrijven met minder goede resultaten. Succesfactoren zijn aandacht voor bedrijfsvoering en bedrijfsoptimalisatie, diergerichte benadering, een goede geltenopfok, rust en regelmaat.
Per 1 januari 2013 moeten in Nederland alle drachtige zeugen binnen 4 dagen na dekken tot 1 week voor werpen, gehuisvest zijn in groepshuisvestingssystemen. De laatste jaren zijn veel zeugenhouders al overgeschakeld van individuele huisvesting naar groepshuisvesting. Er kwamen geluiden uit de praktijk dat het, ondanks veel inspanningen, vaak niet lukt om groepshuisvesting met succes toe te passen. De volgende knelpunten werden genoemd:
- slechtere reproductieresultaten;
- lastige controle van dierenwelzijn en -gezondheid en individuele voeropname;
- te lage dagelijkse voeropname, waardoor stress optreedt en conditieherstel niet optimaal is;
- been- en klauwproblemen door onrust in de groep;
- huidbeschadigingen en klingbijten.
Deze knelpunten gaan ten koste van het rendement, het dierenwelzijn en de arbeidsvreugde. Doel van het onderzoek was inzicht krijgen in de succes- en de risicofactoren voor groepshuisvesting in de vroege dracht, zodat drachtige zeugen in de nabije toekomst gehuisvest zijn in groepshuisvestingssystemen waarin het dierenwelzijn gewaarborgd is en waarbij het huisvestingssysteem economisch duurzaam is.
Succesfactoren
- Goede bedrijfsvoering (werkschema, secuur werken, ‘meten = weten’) en aandacht voor bedrijfsoptimalisatie (bedrijfsdoel, stappenplan, evaluatie).
- Aandacht voor de behoeften van het individuele dier (diergericht management).
- Rust en regelmaat met name in de tweede en derde week van de dracht.
- Een groter leefoppervlak voor gelten en drachtige zeugen.
- Beperkt voeren van gelten en/of droogvoer verstrekken tijdens de opfok.
- Gewenning van gelten aan het voersysteem tijdens de dracht en het liefst al voor het dekken.
- Bij voerligboxen met uitloop: een uitloop van drie meter of meer en het insluiten van zeugen tijdens het voeren gedurende 30 tot 60 minuten.
- Bij groepshuisvesting met voerstation: het voorkomen dat zeugen na voedering zich direct weer kunnen melden aan de ingang van het voerstation en het snel opsporen van zeugen met restvoer om een te lage voeropname te voorkomen.
- Gebruik van stro kan in situaties van agressie klauwbeschadigingen verminderen.
Niet alle succesfactoren gelden op alle bedrijven. Dit hangt af van de bedrijfsomstandigheden.
Contact informatie:
Carola van der Peet-Schwering, Wageningen UR Livestock Research