In een fasevoederproef met zetmeel bij melkvee zijn de effecten van twee (kracht)voersoorten (gemalen korrelmais en mengvoer) onderzocht. Het begin van de lactatie is de meest kritische fase, waarin de energiebehoefte van de koe vaak groter is dan de opname met het voer. Zetmeel is een goede energiebron en kan op het eigen bedrijf als krachtvoervervanger worden geteeld in de vorm van korrelmais of een andere graansoort.
In de proef kregen de koeien in eerste fase van de lactatie (week 1-10) meer maismeel en in tweede fase (11-20 weken) meer mengvoer. Hierdoor hadden de koeien vrijwel direct na afkalven een gunstige energiebalans. Ze hadden een hogere voeropname, maar een lagere melkgift vergeleken met de controlekoeien, die snijmais en standaard mengvoer kregen. De tegenvallende melkgift van de maismeel-koeien is niet goed te verklaren. De energiebalans was weliswaar gunstig, maar dat zou niet ten koste moeten gaan van het saldo (melkgeld min voerkosten).
Een deel van de koeien is dynamisch gevoerd, volgens het Dynamisch Lineair Model. DLM is een rekenprogramma dat de krachtvoergift voor elke koe continu optimaliseert, waardoor een zo hoog mogelijk saldo wordt bereikt. De koeien die met DLM werden gevoerd, kregen minder krachtvoer en produceerden meer melk. Hierdoor werd vooral bij koeien die snijmais kregen op krachtvoer bespaard: ongeveer 1,5 kg per koe per dag. Het eiwitgehalte in de melk was wel iets lager.
Klik hier voor het complete artikel ‘Fasevoederproef bij melkvee’ in Ekoland, november 2009