Schimmelsoorten gedijen beter op biologische akkers

Sector:
Akkerbouw en groente, Bodemvruchtbaarheid
14-2-2012

Bodemschimmels – die planten voorzien van voedingsstoffen uit de bodem in ruil voor suikers – doen het beter op een biologische dan op een gangbare akker. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van ecoloog Erik Verbruggen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bijna alle landbouwgewassen leven samen met de bodemschimmel Arbusculaire mycorrhiza (AM). Deze schimmels groeien vanuit de plantwortels de bodem in, waardoor planten beter voedingsstoffen kunnen opnemen en daardoor over het algemeen beter groeien. Op zijn beurt kan de schimmel profiteren van de suikers die de plant maakt via fotosynthese.
Verbruggen vergeleek van drieëntwintig biologische akkers en drieëntwintig gangbare akkers met maïs en aardappelen de samenstelling van de AM-schimmels. Met behulp van DNA-analyse kwam Verbruggen in totaal veertig schimmelsoorten op het spoor. Het gemiddelde aantal schimmelsoorten was het hoogst op biologische akkers, maar de variatie bleek groot: op sommige biologische akkers kwamen twee soorten schimmels voor, op andere twaalf soorten. Idem dito voor de gangbare akkers. Maar gemiddeld gedijden schimmelsoorten beter op biologische akkers.
In zijn promotieonderzoek onderzocht ecoloog Erik Verbruggen wat de mogelijke risico’s van genetisch gemanipuleerde (GM) gewassen zijn op bodemschimmels. Daarvoor deed hij eerst een stapje terug. “Eerst moeten we te weten komen wanneer er sprake is van verstoring in de schimmelsamenstelling in de bodem. Pas als je de natuurlijke variatie goed in kaart hebt, kan je gaan kijken naar de invloed van GM-gewassen op die schimmels,“ zegt Verbruggen.

Contact informatie: Marry van den Top, CS van Wageningen UR