De sterke groei van biogasinstallaties op landbouwbedrijven hing voor een deel samen met de subsidie die wordt verstrekt op de geproduceerde elektriciteit. De biogasinstallaties hadden samen een elektrisch vermogen van 76 MW, slechts een fractie van het vermogen van de Wamte-krachtkoppeling-installaties (WKK’s) op glastuinbouwbedrijven. Die produceerden in 2008 gezamenlijk evenveel elektrisch vermogen als vijf grote elektriciteitscentrales, namelijk 2800 MW.
In de biogasinstallaties wordt vooral mest vergist, maar er wordt wel ander organisch materiaal toegevoegd, onder meer om een beter vergistingsproces te krijgen. In totaal werd in 2008 op landbouwbedrijven naar schatting 1,4 miljard kilo biomassa vergist, waarvan 0,9 miljard kilo mest. Dat komt overeen met ruim 1% van de totale mestproductie. Het grootste deel van de vergiste mest betreft varkensmest.
Bij de omzetting van biogas uit de vergisters in elektriciteit gaat warmte verloren die nuttig gebruikt zou kunnen worden, maar waarvoor binnen een redelijke afstand van het landbouwbedrijf geen bestemming is te vinden. Dit probleem kan wellicht worden ondervangen wanneer het biogas als zodanig kan worden afgeleverd.
Daarvoor worden initiatieven ontwikkeld, onder andere door zuivelonderneming FrieslandCampina in het kader van het streven naar een duurzame zuivelketen. De mogelijkheid tot levering van gas zal waarschijnlijk ook de rendabiliteit van de vergisters ten goede komen. Het merendeel van de vergisters, een investering van miljoenen euro’s, draait momenteel met verlies, ondanks subsidies. De basissubsidie is begin 2010 verhoogd van 15,2 naar 16,5 cent per kilowattuur. Het in totaal beschikbare bedrag aan subsidie voor biogasinstallaties bedraagt voor 2010 bijna 600 mln. euro. Een belangrijke, maar zeer onzekere factor voor het rendement van de vergistingsinstallaties is de prijs van de grondstoffen die samen met de mest worden vergist, het zogenaamde co-substraat. Een voorbeeld van zo’n co-substraat is snijmais, waarvan de prijzen sterk fluctueren. (Bron: Landbouw Economisch Bericht, juni 2010)