Vervroeging van biologische aardappelteelt

Sector:
Akkerbouw en groente
8-6-2010

Phythophtora infestans is nog steeds dé bedreiging. Na twee gunstige, droge voorjaren zijn we dit bijna vergeten maar in 2007 was het goed mis. De opbrengsten waren toen dramatisch laag nadat na een natte mei al – voor half juni - het loof gebrand moest worden. Hierdoor was ook het onderwatergewicht laag waardoor de kwaliteit achter bleef.

Op de prof. Broekemahoeve in Flevoland zijn twee jaren achtereen proeven aangelegd waarbij zijn getoetst:

  • Extra vroeg poten
  • Pootgoed tijdelijk afdekken met transparant geperforeerd folie
  • Groter pootgoed
  • Extra beschikbare stikstof.

 

Voorkiemen van het pootgoed zat hier niet bij omdat dit vanzelfsprekend is als vervroegingsmaatregel.

Resultaten 2008 en 2009 bij ras Agria
Extra knolopbrengst (tonnen/ha) door vervroegingsmaatregelen
 

maatregel

2008

2009

Extra vroege pootdatum

+2

-1

Tijdelijk afdekken met folie

0

0

Extra groot pootgoed

+4

+4

Extra beschikbare stikstof

+7

+9

Groot pootgoed + extra stikstof

+14

+14

Conclusies na twee jaar

1. Extra vroeg poten is op kleigrond niet zinvol. Het brengt te weinig.

2. Tijdelijk afdekken met vliesdoek is niet zinvol. De kosten wegen niet op tegen het opbrengstvoordeel, waarop de kans beperkt is. Nadelen zijn gewasbeschadiging door klapperen op het gewas bij veel wind en extra onkruidontwikkeling onder folie.

3. Groter pootgoed leidt tot een hogere opbrengst en is dus gunstig. Maar als groter pootgoed per hectare meer kost dan is het maar de vraag of de meerkosten tegen de hogere opbrengst opwegen. Voordeel is wel dat bij biologische consumptieaardappelen een hogere opbrengst, als gevolg van het hogere onderwatergewicht ook bijna altijd tot een betere kwaliteit leidt. Een nadeel van grote poters is dat ze soms extra problemen geven bij het rooien. Ze zijn dan nog niet vergaan en moeten worden uitgelezen.

4. Extra beschikbare stikstof was in beide jaren erg gunstig. In 2008 was het verschil 120 kg zuivere stikstof per hectare en in 2009 90 kg. Belangrijk is dat het gewas voldoende aanbod heeft van voedingsstoffen zodra de voorraad in de moederknol opraakt. Vooral in juni moet het gewas goed door kunnen groeien en maximaal kunnen profiteren de dan aanwezige hoeveelheid licht.

Rasverschillen in vroegheid
Van circa 15 rassen die voor de biologische sector in aanmerking komen is de kiemlust, opkomstsnelheid en tijdstip van knolaanleg nagegaan. Er zijn grote verschillen tussen de rassen. Première, Junior en Novella zijn vlotte kiemers en Agria, Bionica en Red Fantasy zijn traag. In de discussie is ingegaan op het voordeel van het vroeg kiemen van een ras namelijk ontsnappen aan Phythophtora door vroeg zijn. Maar er is ook een  nadeel, namelijk vlot kiemen van het geoogste product. Dit vormt vooral een probleem voor biologische consumptieaardappelen die tot na maart bewaard worden. Om kiemen te voorkomen, kunnen deze rassen het best worden gekoeld. Dit voorkomt vroegtijdige kieming enn daarmee verzoeting als kwaliteitetsprobleem.

Tijdens de Biologische Velddag 23 juni a.s. zijn aardappel demo- en proefvelden te bezichtigen.

Klik hier voor biologische velddag 23 juni

Klik hier voor rapport 'Vervroeging gewasgroei bij biologische aardappelen'

Contact informatie: Kees Bus, PPO van Wageningen UR