Vitale biggen

Sector:
Varkensvlees
8-3-2010

Bigvitaliteit staat hoog op de agenda, mede door de aandacht van de landelijke pers afgelopen jaar. Waar liggen oplossingen? Via huisvesting, voedingsmaatregelen, fokkerij of veranderen arbeidsorganisatie? Tijdens een workshop op de Biovak werden ervaringen en kennis uitgewisseld tussen praktijk en onderzoek.

De overlevingskansen van biggen hangen af van de moedereigenschappen van de zeug, de genetische aanleg van de big en omgevingsfactoren. Bij het fokken van de zeugen nemen eigenschappen voor de overleving van biggen een belangrijke plaats in. Wat maakt de ene zeug nu een betere moeder dan de andere? Uit een gedragsonderzoek van IPG uitgevoerd met 280 biggen blijkt dat bij een zeug met goede moedereigenschappen de pasgeboren biggen een uur eerder de eerste biest hebben dan bij zeugen met minder goede moedereigenschappen. Dit verhoogt de overlevingskansen van de biggen aanzienlijk.

De genetische aanleg van de big zelf is ook bepalend voor de overlevingskansen. Niet zozeer het geboortegewicht als wel de vitaliteit van de big spelen hierbij een rol. Genetisch sterke biggen hebben bij de geboorte al beter ontwikkelde organen, meer vetreserve en meer cortisol. Cortisol zorgt ervoor dat een verlies van energie weer wordt gecompenseerd.

Ook de huisvesting is van belang. Zaken als de vorm van het hok, de draairuimte en het behoud van warmte hebben afgelopen jaren extra aandacht gekregen. In lopende onderzoeken wordt o.a. gekeken naar de effecten van de voeding en waterverstrekking van de zeugen in relatie tot de vitaliteit van de biggen. Ook de effecten van het buiten lopen worden bekeken in een proef op Praktijk Centrum Raalte.

Uit de discussie blijkt dat goede resultaten zijn bereikt met het toedienen van een energiepasta aan pasgeboren biggen uit grote tomen, waarbij onvoldoende spenen beschikbaar zijn. Ook werd geopperd om “de bodem naar binnen te halen” als alternatief voor de weidegang en het behoud van het positieve effect hiervan op de weerstand van jonge biggen.

Contact informatie: Herman Vermeer, Wageningen UR Livestock Research