Akkerbouw en Groenteteelt Vollegrond
Nieuws vanuit het bedrijfsnetwerk
Excursie biologische aardbeiteelt
doordragers of wachtbedplanten maar wel biologisch opgekweekt
Op 15 juni leidt Sjef van der Sande zijn bezoekers rond op zijn aardbeibedrijf. Dit niet eerder dan ons te verwijzen naar de natuurlijke vegetaties en vogels rondom het bedrijf. Dat aardbeiplanten gevoelig zijn, blijkt uit de bedden met planten die onder ongunstige (zeer warme) omstandigheden zijn geplant. Te warm weer heeft een te snelle groei veroorzaakt met als gevolg een verkeerde verhouding tussen bloem en blad. Het volgende plantsel groeit beter. De planten kweekt hij zelf op. Dit jaar heeft hij ook doordragers geplant die tot in de herfst worden geplukt. Dit plantgoed is echter van gangbare opkwekers aangekocht. Dit leidt tot discussie in de groep; tot hoe lang kunnen we doorgaan met gangbaar uitgangsmateriaal. Biologisch groenteteler Peter Keizers is bereid aardbeiplanten te vermeerderen, maar voordat hij opstart wil hij de bestellingen eerst bevestigd krijgen.
Klik hier voor bioKennisbericht aardbei
Treffler wiedeg geeft gelijke druk op de tanden
Op 1 juni werden op het bedrijf van Noordermeer meerdere typen eggen en de Weedfix gedemonstreerd. De Weedfix heeft per rij twee rotoren met mesjes die naar de rij toedraaien. Hierdoor wordt de losse grond naar de planten gebracht. Diepte van de rotor en hoogte van de rug zijn met loopwieltjes, rijsnelheid, rotorsnelheid en kappen langs de rij te regelen. Arie Noordermeer gaf aan tevreden over de machine te zijn, vooral wanneer de grond te hard is om aanaardend te schoffelen. Vervolgens werden een traditionele Hatzenbichler en een nieuw soort wiedeg van Steketee/Treffler gedemonstreerd. De aanwezigen concluderen dat beide eggen goed in staat zijn het onkruid op te ruimen. Onder wat moeilijker omstandigheden (harde grond, ruggen e.d.) blijkt de Treffler beter in staat is een goed resultaat te leveren dan de Hatzenbichler.
Klik hier voor het verslag
BIO Folie houdt onkruid eronder
Vooral groentebedrijven op zandgrond kampen met een hoge onkruiddruk. Na een bezoek aan Italië, waar tuinders veel met folie werken, besloot biologisch tuinder Van der Bool een folieleg machine naar Nederland te halen. De machine (Hortec) werd op 19 mei jl. gedemonstreerd op het bedrijf in Zuid Limburg. De 4 rijer van Hortec kost rond de € 30.000.
Dit voorjaar is op het bedrijf in Neer voor het eerst met de machine gewerkt, na wat ombouwactiviteiten. Er zijn diverse gewassen mee geplant, waaronder venkel, palmkool, koolrabi, allerlei bladgewassen, suikermaïs en pompoen. Speciaal voor de 1 rij plantingen zoals pompoen en maïs is er een tweede machine aangeschaft. De werking van de machine is te zien in een filmpje op www.boerwiel.nl.
Het resultaat mag er zijn, zeldzaam mooie stand van de gewassen en hele hoge opbrengsten. Er is 1 keer onkruid geplukt met de hand in de plantgaten en in de kleine watergaatjes die in de folie worden gemaakt tijdens het planten. In de paden is 1 keer machinaal geschoffeld.
Uit de presentatie door de heer van Dhr. G. Klerks van Oerlemans plastics bleek dat 50% van de folie bestaat uit een olieproduct uit de petrochemische industrie, dit gecombineerd met polymelkzuren uit planten zoals bieten en maïs. Onder de bezoekers waren zowel voor- als tegenstanders voor toepassing van folie in de biologische groenteteelt.
Klik hier voor het verslag demonstratie folie plantmachine
Gebruiksnormen voor bouwplan en bemesting in de biologische teelt
Tijdens de winterbijeenkomst in Zuid Nederland liet Jan Bokhorst (LBI) zien hoe de normen de komende jaren uitvallen en benadrukte dat met name de landelijke wetgeving rondom de fosfaataanvoer bepalend zullen zijn voor de te kiezen bemesting. De bemesting staat in verband met het Pw getal en voor de tuinder is van belang te weten hoe bemonstering wordt uitgevoerd. Verminderde aanvoer van fosfaat staat in verband met de organische stofvoorziening en kan ook een bottleneck vormen komende jaren.
Klik hier voor Handout presentatie gebruiksnormen, bouwplan & bemesting
Een lange adem, een goede planning
Geert Jan van der Burgt liet de deelnemers meekijken naar het proces van vrijkomen van stikstof bij verschillende bemestingstactieken waarbij onder andere het bemesten met vinasse, werken met maaimeststoffen, werken met drijfmest en vaste mest aan de orde kwamen.
Geertjan hanteerde ook de rekenmodule Ndicea (gratis te downloaden op ndicea.nl)
Bij de keuze van de meststof is het belangrijk te weten hoe snel en wanneer de stikstof beschikbaar komt. Bij drijfmest is dit snel na toedienen en bij maaimeststoffen is dit geleidelijker. Bemesting kan je bekijken vanuit een meer bodemgerichte benadering tegenover een meer gewasgerichte. In de praktijk zal dit een combinatie zijn van beiden. Voor de komende jaren zullen vooral intensieve bedrijven het bemestingsplan moeten bijstellen.
Klik hier voor Handoud presentatie lange adem & goede planning
Toelating Tracer ontlokt discussie
Tracer is een middel met als actieve stof de bacterie S. spinosad, een stof van natuurlijke oorsprong. Maar het middel is minder onschuldig als het lijkt. Volgens informatie heeft Tracer: weinig risico voor de gebruiker; maar is wel toxisch voor bijen, hommels, sluipwespen en regenwormen. Bovendien is Tracer weinig mobiel in de bodem. De toelating in kool is voor sluitkool, bloemkool, broccoli en spruitkool.
Met name het effect op het bodemleven (regenwormen en symbiotische micro-organismen bij de wortels) is voor een aantal aanwezige telers reden om het middel niet te gaan gebruiken, ondanks de goede werking tegen onder andere koolvlieg. Tracer wordt ook toegepast bij traybehandeling met een werkingsduur van 4 tot 5 weken, waarbij het nadelige effect op het bodemleven volgens gebruikers minimaal zal zijn vanwege de kleine maat van het potje en juist die geringe mobiliteit.
De trend bij toenemend gebruik van deze middelen vraagt om een principiële discussie in de biologische sector : “moeten we dit soort middelen wel of niet willen?”
In Duitsland zijn er telers die toepassing van Tracer in de opkweek niet wensen, ook in Nederlandse hebben veel biologische telers bezwaar tegen standaard behandelingen in de opkweekfase.
Hulpmesstoffen met of zonder verhaal
Tijdens themabijeenkomsten in Zuid- en Noord Oost Nederland stond bemesting en toepassing van hulpmeststoffen centraal. De teler heeft keuze uit een breed aanbod en samenstellingen van deze meststoffen. Met de nieuwe mestregels voor gebruik van biologische mest is het noodzakelijk keuzes te maken en de bemesting af te stemmen op het bouwplan en de gewassen. Volgens de vertegenwoordiger van Condit biedt het product meer dan het gehalte aan stikstof in het product doet vermoeden. Door de werking van micro organismen wordt het bodemleven geactiveerd en komt extra stikstof beschikbaar voor het gewas aldus de toelichting.
Klik hier voor handout veranderingen mestregelgeving
Klik hier voor handout Hulpmeststoffen
De verkoper van Monterra beperkt zich tot de samenstellingen en werking van de opgesloten mineralen. Afhankelijk van de grondstoffen en samenstelling komt de stikstof snel of meer geleidelijk beschikbaar. De beschikbaarheid wordt met behulp van NDICAE inzichtelijk gemaakt.
Klik hier voor handout Vlamings
Chris Bomers van Kraanswijk EKO heeft een mestvergister op het bedrijf waaruit digistaat als reststof overblijft. Wat vergister in gaat bepaalt wat voor product vrij komt. Volgens Bomers wordt 50% van de meststof als A meststof gezien en 50% als B meststof. Omdat de dunne fractie veel water bevat, zijn de transportkosten relatief hoog.
Klik hier voor handout Kraanswijk
Meer info over Tracer en hulpmeststoffen: Jos van Hamont, DLV plant, j.vanhamont@dlvplant.nl
Actuele teeltips vindt u in Biovaria
Klik hier voor Biovaria 2010 nummer 3
Klik hier voor Biovaria aanmeldformulier
KLIK HIER voor meer informatie over de organisatie van het bedrijfsnetwerk, nieuws en documenten.